Interview

‘Ik ging al snel houden van mijn nieuwe vakgebied’

Prof. dr. Ad de Bruijne neemt op vrijdag 19 juni afscheid van de Theologische Universiteit Utrecht. Hij is sinds 1 augustus 1997 aan de universiteit verbonden. Eerst als docent en vanaf 2009 als hoogleraar ethiek en spiritualiteit. U kunt zich hier aanmelden voor zijn afscheidscollege.

Hoe bent u als onderzoeker en docent terechtgekomen aan de Theologische Universiteit Kampen?

Nog op de ouderwetse manier. Zonder dat je dat zelf wist of ambieerde, werd je voorgedragen door curatoren en in een besloten zitting door de synode benoemd. Je kreeg dat te horen als voldongen feit. Ik heb het heel moeilijk gevonden die benoeming aan te nemen.

Ik was predikant in Rotterdam-Centrum en voelde me daar als een vis in het water en ook sterk gezegend. Bovendien was ik systematisch-theoloog en wist ik weinig van ethiek. Ik moest ook nog promoveren.

Welke herinneringen zijn er aan deze eerste jaren?

Bikkelen. College geven over boeken die je zelf nog maar net gelezen had en nauwelijks begreep. Daarnaast mijn promotieproject opzij zetten en een heel nieuw thema in een ander vakgebied zoeken. De kerkelijke pers vullen (waarvan ik toen nog dacht dat dit erbij hoorde). Kerkelijk en cultureel teruggaan in de tijd (van Rotterdam naar Kampen). Tegelijk voelde ik me positief uitgedaagd door (toen) zeer kritische lichtingen studenten. En ik ging al snel houden van mijn nieuwe vakgebied ethiek. En – wel na de nodige jaren – ook van Kampen.

Welke ontdekkingen of projecten hebben het meeste indruk gemaakt?

Via de eerste lichting studenten en net afgestudeerden (Hans Burger, Hans Schaeffer, Thijs Tromp, Tim Vreugdenhil) maakte ik kennis met hedendaagse ethici als O’Donovan en Hauerwas. Met name de laatste raakte een snaar die al in Rotterdam was gaan trillen, namelijk het besef dat christen-zijn in een postchristelijke omgeving iets heel anders vraagt van kerkzijn, van de ethiek en van christelijk politiek handelen dan we gewend waren. De eerste hielp me die inzichten meer te verbinden m’n eigen gereformeerde traditie.

Tegelijk ben ik vanaf het begin intensief bezig geweest met het thema ‘homoseksualiteit’ (ook geboren uit mijn Rotterdamse praktijk). De weg, vragen, worstelingen en (uiteenlopende) keuzen van homo’s en lesbiennes maakten de meeste indruk.

Wat hoopte u studenten mee te geven, naast vakinhoud?

Primair dat je als theoloog mag (moet) opereren in hartsverbondenheid met Christus. Dat geeft je motivatie, inzicht maar vormt ook een houvast als je onbeantwoorde vragen ziet of door je studie en levensfase sterke aanvechtingen doormaakt.

Moed om zelf te denken en de christelijke vrijheid om je daarbij niet bij voorbaat vast te leggen maar open te staan voor nieuwe inzichten. Tegelijk bescheidenheid omdat je deel uitmaakt van een traditie. Zelf denken doe je altijd als antwoord op een traditie.

Hoe heeft u de universiteit zien veranderen gedurende uw loopbaan?

De klassieke, wat hiërarchische en tegelijk kneuterige semi-academische cultuur is zakelijker, nuchterder, menselijker en gelijkwaardiger geworden.

Ook zijn openheid en onbevangenheid naar andere tradities onherkenbaar veel groter geworden, minstens bij de docenten.

Zijn er projecten of ideeën die u nog wilt voortzetten na uw emeritaat?

Ja, veel, maar de grote slag om de arm is de dementie van mijn vrouw. Zij heeft zowel toen ik predikant was als later bij mijn werk aan de TU veel geofferd en een heel stuk van haar eigen ontplooiing ingeleverd. Achteraf denk ik dat het heel verkeerd was dat dit vroeger van vrouwen min of meer vanzelfsprekend gevraagd werd. Wij horen bij de laatste generatie waarvoor dat nog min of meer gold. Nu is al en na mijn emeritaat komt nog meer de tijd dat ik primair geroepen ben om er voor haar te zijn.

Wat wenst u de volgende generatie theologen toe?

Primair de ervaring van de nabijheid en liefde van Christus. En op die basis liefde voor Christus en God, voor de kerk en voor de wereld. En op die basis weer vrijheid om te denken, bescheidenheid om eerst te luisteren, creativiteit om oude en nieuwe vragen op een eigentijdse manier aan te pakken, en de moed om zo nodig in kerk en samenleving tegen de stroom in te gaan.

Goedendag, waar ben je naar op zoek?