‘Ik geloof niet dat ik mezelf geschikt achtte voor het hoogleraarschap’
Prof. Kwakkel is sinds 1994 hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit Utrecht (eerst: Kampen) en sinds 2012 tevens hoogleraar aan de Faculté Jean Calvin te Aix-en-Provence. Op 25 september 2026 zal hij zijn afscheidscollege ter gelegenheid van zijn emeritering houden. (Kijk hier voor meer informatie)
Had je tijdens je studie in Kampen ooit gedacht dat je hoogleraar Oude Testament zou worden?
‘Nee, als ik mij goed herinner heb ik dat nooit echt gedacht. Ik was veel meer bezig met dominee worden en wat daarbij komt kijken. Ik geloof ook niet dat ik mezelf geschikt achtte voor het hoogleraarschap.
Wel waren er tegen het einde van mijn studietijd een docent en een medestudent die zeiden dat ik er rekening mee moest houden dat ik ooit hoogleraar aan de Theologische Hogeschool, zoals die toen nog heette, zou worden. Maar toen ging het niet specifiek over Oude Testament.
Heel kort na mijn afstuderen, in december 1984, veranderde dat. Professor Lettinga riep mij bij zich en vertelde dat hij mij wilde voordragen als zijn opvolger als docent Semitische talen. Misschien heeft hij het toen ook al gehad over de mogelijkheid om later hoogleraar Oude Testament te worden, maar dat weet ik niet meer.’
Wat heeft je gedurende al die jaren het meeste plezier en energie gegeven in je werk?
‘Vooral colleges die goed liepen. Dan denk ik aan groepen met een goede sfeer, studenten die actief meededen en ook in waren voor af en toe een geintje.
Daarnaast genoot ik van de momenten waarop ik echt toekwam aan de bestudering van een onderwerp uit mijn vakgebied. Als ik meters kon maken in de voorbereiding van een publicatie gaf dat veel voldoening. Dat was bijvoorbeeld zo tijdens mijn studieverlof in Cambridge, in het voorjaar van 2019.
En misschien wel het mooiste waren die momenten waarop je ineens een ingeving krijgt: ‘Oh, zo zit het!’ Dat gaf veel plezier en energie.’
Zijn er ontmoetingen met studenten die je altijd zijn bijgebleven?
‘Zeker. Ik noem er twee.
Op de dag waarop de synode van Ommen in 1993 zou beslissen over de opvolging van professor Ohmann, gaf ik Hebreeuws aan het eerste jaar. De studenten begonnen over die benoeming te praten en vroegen of ik het zou worden. Daar was ik natuurlijk verlegen mee, want ik mocht niets zeggen. Ik antwoordde iets in de trant van: ‘Waarom vragen jullie dat aan mij?’ Waarop een van hen zei: ‘Omdat we heel graag willen dat u het wordt.’ Daar werd ik wel even stil van.
Een andere mooie herinnering is een avond met twee studenten die voor studentenblad CORNU docenten interviewden tijdens een hobby. Ik nam hen mee naar de overdekte skihal in Landgraaf. Het was een ontzettend leuke avond. We hadden goede gesprekken in de auto en aan tafel. Pas diep in de nacht reden we Kampen weer binnen, na een barre tocht door de sneeuwbuien.’
Welk advies zou je willen geven aan jonge theologiestudenten?
‘Als het mag, geef ik graag twee adviezen.
Het eerste is: probeer met de ogen van Jezus Christus naar mensen te kijken, en zeker ook naar de mensen in de kerk. Dat betekent niet dat je onkritisch wordt, maar wel dat de liefde overheerst. Daardoor kun je ook omgaan met teleurstellingen en frustraties.
Mijn tweede advies is: blijf aandachtig de Bijbel lezen. Sta open voor verrassingen, want vaak staat er net iets anders dan je denkt. Blijf ook het verschil zien tussen wat er daadwerkelijk staat en wat jij denkt dat er staat.’
Je doceert ook in Aix-en-Provence. Wat heeft die internationale ervaring je gebracht?
‘Om te beginnen: verblijf in een mooie stad, met mooi weer en lekker eten.
Maar serieus: het was vooral de uitdaging om te werken binnen een andere traditie, met name kerkelijk maar ook enigszins theologisch. Daarnaast kwam ik in aanraking met andere academische gewoonten en met studenten uit uiteenlopende kerkelijke achtergronden en nationaliteiten.
Dat heeft mij geholpen om mijn taak als docent Oude Testament scherper te zien en daar ook tevreden en zelfs blij mee te zijn. Ik hoef niet overal een mening over te hebben. Het gaat er in de eerste plaats om samen te luisteren naar wat God door het Oude Testament wil zeggen. Dus minder: ‘dit is goed en dat is fout’, en meer: ‘dit is wat er staat’.‘
Welke verschillen zie je tussen theologiestudenten in Nederland en Frankrijk?
‘De meeste studenten in Kampen en Utrecht zijn opgegroeid in een christelijk gezin. In Frankrijk ontmoet je vaker studenten die pas relatief kort geleden tot geloof zijn gekomen. Naar mijn indruk zijn zij ook sterker gericht op het delen van het evangelie met niet-gelovigen en op vragen die samenhangen met het leven in een sterk geseculariseerde samenleving.
Nederlandse studenten zijn doorgaans meer gewend om actief deel te nemen aan colleges. Vaak hebben zij vooraf ook al meer nagedacht over de vragen die aan bod komen. Daardoor kun je tijdens colleges soms net iets dieper op de stof ingaan.’
Waar kijk je het meest naar uit nu je met pensioen gaat?
‘Vooral naar het wegvallen van de voortdurende tijdsdruk. Het gevoel dat je alles moet doen wat gedaan moet worden, terwijl de tijd eigenlijk tekortschiet, zal ik niet missen.
Daarnaast kijk ik uit naar meer tijd om mij te verdiepen in het Oude Testament en daarover te schrijven. Daar liggen nog volop mogelijkheden waar ik graag mee verder wil.’