Column

Hemel, hel en oordeel

Een column door Wolter Huttinga

Waarom heb ik me toch weer laten ompraten om te spreken op een studiedag over ‘hemel, hel en oordeel’? Ik ben dan wel theoloog, maar ik hou helemaal niet van dat theologische gediscussieer over hot topics. Vooral niet als het dan weer een wedstrijdje wordt ‘wie is hier schriftgetrouw en wie vrijzinnig’. Ik hoop vooral dat deze studiedag deelnemers verder zal helpen in hun theologische reflectie op deze thema’s. Mijn bijdragen zullen daarop gericht zijn. 

Hoe doe je dat, theologiseren over de hel? Is dat een kwestie van een heel stel bijbelteksten op een rijtje zetten en daar conclusies uit trekken? Nee. In de eerste plaats zit er een enorme gelaagdheid in het bijbelse spreken over oordeel, straf, verloren gaan, vuur, duisternis, buitengesloten worden, geween en tandengeknars. Die teksten vormen ook geen speciaal bestand waarmee het theologische ‘tabblad hel’ gevuld wordt, maar moeten in relatie gezien worden tot de breedte en diepte van heel het theologische verhaal: denk aan de persoon en het werk van Christus, denk aan de aard van Gods koninkrijk, denk aan het karakter van God. 

Zoals altijd, bij ieder theologisch onderwerp, hebben we bij het denken hierover ook de christelijke traditie en onze eigen context nodig. Onze culturele context, maar ook de context van mijn eigen biografie. ‘De wereld heeft een hel nodig’, betoogde Arnold Huijgen. Zo’n uitspraak is behalve een ‘bijbels-gereformeerd standpunt’ ook al een cultuuranalyse. Wat is de aard van onze cultuur dan precies, dat het spreken over de hel ‘nodig’ is? Wat voor hel bedoel je? En waarom kan Huijgen zo fris-positief naar de hel kijken, terwijl het voor iemand als Reinier Sonneveld ondenkbaar is om een theologie mét een hel te hebben? Zouden ze de werkelijkheid van het geloof wellicht heel verschillend hebben beleefd, al van kinds af aan? 

Laten we eerlijk de verschillende stukken van dit verhaal bij onszelf onderzoeken. Bedenk hoe je zelf dit specifieke theologische hoofdstuk binnenkomt. Ongetwijfeld zie je bepaalde dingen heel scherp, en andere kanten veel minder. Stel jezelf kritische vragen: Wat laat ik liggen, welke bijbeltekst wringt als een steentje in mijn schoen? 

Laat ik in mijn alverzoeningsneiging iets van de ernst van Gods oordeel en straf liggen? Of is mijn vasthouden aan de hel als eeuwige straf meer een diep ingesleten intuïtie die meer over mijzelf zegt dan over God? Ik hoop dat de Theologische Universiteit op deze dag dienstbaar mag zijn aan de reflectie op dergelijke vragen. 

Goedendag, waar ben je naar op zoek?