Fata academica 2025
Rector George Harinck blikt in de Fata Academica 2025 terug op het voorbije jaar. Hij sprak deze uit op de 171e verjaardag van de universiteit.
Inleiding
Ik was laatst in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. In de vloer van de kerk bevinden zich onder het kruisgewelf een aantal stenen met namen van beroemde auteurs. Annie M.G. Schmidt, Bredero en Lucebert, om er een paar te noemen. Er ligt ook aan steen voor Johan Huizinga, Nederlands beroemdste historicus. Er staat een citaat hem op dat ik u voor wil houden. Het luidt: ‘Het is meestal de oorsprong van het nieuwe, wat onze geest in het verleden zoekt.’ Dit is de eerste zin van Huizinga’s beroemde boek uit 1919, De herfsttij der middeleeuwen. De zin zegt zoveel als: we keren ons naar de geschiedenis om te begrijpen hoe verandering ontstaat.
Boom met overrijpe vruchten
Deze klemtoon op het nieuwe, op verandering, past bij de moderne tijd. De tijd van na de Verlichting, toen we in de westerse wereld de geschiedenis als een rusteloos proces gingen zien. Denkers als Voltaire, schrijft Huizinga elders, waren de eersten, die de historische processen zagen als geleidelijke overgang, voortdurende verandering, vooruitgang. Een van de laatste publicaties van Herman Bavinck, de grote dogmaticus van onze universiteit, was een bespreking in 1920 van Huizinga’s Herfsttij der middeleeuwen. Bavinck legt er de vinger bij, dat Huizinga in dit overdadige boek juist niet op zoek is naar de oorsprong van het nieuwe. De late Middeleeuwen ziet Huizinga niet als de aankondiging van de Renaissance, maar als ‘als een boom met overrijpe vruchten, (…) het verdorren en verstijven van een rijke beschaving.’
Opgaan, bloeien, maar ook verzinken. Staande bij Huizinga’s steen in de Nieuwe Kerk moest ik aan onze tijd denken. Volgens het Witte Huis staat ons continent op het punt om zijn “beschaving uitgewist te zien worden”. Het is herfst, het is crisis, we dreigen onder te gaan. Wat doen wij?
Ons leven is een liturgie
Die steen van Huizinga ligt in een gotische kerk. Het is architectuur die omhoog wijst, de stenen spreken er, hun vormen wijzen omhoog. Niet om aan deze wereld te ontsnappen, maar om de hemel niet te vergeten, ons verlangen te richten. Op 19 november hebben we op deze manier nagedacht over wie we zijn in een wereld vol crisis, overrijpheid ven verdorring. De kapel in ons universiteitsgebouw aan de Plompetorengracht bestond die dag honderd jaar. Die kapel, hebben we toen gezegd, bepaalt ons. Ons leven, ook ons leven als universiteit, is een liturgie, is aanbidding van de God van ons leven. Zo verstaan wij de werkelijkheid, of het nu herfst of lente is in onze cultuur. En zo vieren we deze 171e dies natalis, kwetsbaar, maar niet zonder hoop.
De universiteit extern en intern
Hoe gaat het dan met onze universiteit? We lichten op dit moment onze voeten in Kampen, waar boeken en archieven worden ingepakt en onze panden in de verkoop staan. In januari hopen we het bibliotheekgebouw aan de Wittevrouwenstraat in gebruik te nemen en zijn we volledig een Utrechtse universiteit. Die nieuwe locatie is van betekenis voor wie we zijn.
We werken graag samen met collega-instellingen.Niet alleen bestuurlijk in het verband van de Nederlandse Levensbeschouwelijke Universiteiten, maar concreet ook in onderwijs, onderzoek en facilitaire zaken. Met de Protestantse Theologische Universiteit zoeken we op verschillende manieren de samenwerking, van onderdelen van het onderwijs tot facilitaire zaken. Met de Universiteit voor Humanistiek hebben we dit jaar na een pilotfase een driejarige overeenkomst gesloten voor het gezamenlijke gegeven keuzevak Groter dan ik, dat de grote vragen van het leven in een dialoog van levensbeschouwingen bespreekt. Er is geregeld bestuurlijk overleg met de ETF, de Christelijke Hogeschool Ede, de TUA en de UvH. Met de CHE en met externe partners wordt samengewerkt om na te denken over het concrete handelen van christelijke professionals. Bijvoorbeeld in de zorg, maar ook op het gebied van nieuwe technologie zoals AI.
Binnen onze universiteit proberen we vorm en inhoud te geven aan onze gezamenlijkheid. Een uitdaging is dat we verspreid werken over meer gebouwen, en dat studenten en docenten vaak niet in Utrecht wonen en dus maar een beperkt deel van de tijd fysiek aanwezig zijn. We moedigen het personeel aan meer werktijd aan de universiteit door te brengen.
Gespreksgemeenschap
De universiteit is idealiter een gespreksgemeenschap. Om het onderling gesprek te bevorderen en de maatschappelijke betrokkenheid explicieter te maken zijn dit jaar gesprekken gevoerd over seksuele diversiteit en over het Israël-Gaza conflict. Het eerste onderwerp was een gespreksbijeenkomst voor docenten, waarin uiteenlopende opvattingen aangaande homoseksualiteit aan de orde kwamen. Het doel was de verscheidenheid zichtbaar te maken en te oefenen om te gaan met de werkelijkheid van de pluraliteit aan opvattingen. Het is belangrijk te blijven spreken over verschillen, in het besef van de voorlopigheid van al onze opvattingen en ook als het schuurt te blijven zoeken naar wat ons als gemeenschap verbindt.
Eenzelfde gesprek met hetzelfde doel, maar nu met de gehele gemeenschap van docenten en studenten, vond plaats over het conflict in het Midden-Oosten. De bedoeling is deze praktijk voort te zetten en voor volgend jaar staat in elk geval een gesprek over onze universiteit en duurzaamheid op het programma. Een onderwerp aangedragen door enkele van onze docenten en studenten.
Publiek en ambachtelijk
De gereformeerde theologie functioneert in het bredere geheel van onze cultuur. Het is belangrijk om dat te beseffen, ook als we denken aan de Nederlandse Gereformeerde Kerken die deze universiteit instandhouden. We leiden elk jaar een tiental predikanten op voor de kerken. Die zouden we natuurlijk strikt in de theologie kunnen vormen, maar dan leiden we predikanten op die geen onderwijs en vorming hebben ontvangen inzake de leefwereld van hun gemeenteleden. De vraag is steeds: hoe verhoudt de gereformeerde theologie, hoe verhoudt een gereformeerde kerk zich tot haar omgeving?
Vervlochten als christenen zijn met hun cultuur, is het nodig meer dan alleen de strikt theologische vakken aan te bieden. Daar komt bij dat de wereld om ons heen behoefte heeft aan theologische inbreng. Dat geldt niet alleen de wereld van het christelijk onderwijs, of de christelijke zorg, maar ook de overheid die haar weg moet zoeken in een samenleving die gekenmerkt wordt door religieus analfabetisme. Onze veel beluisterde podcasts over de relatie tussen theologie en cultuur rusten gemeenteleden toe en informeren niet-christenen over het christelijk geloof. Het is dus van belang de theologische universiteit ook te zien als toeruster en adviseur voor de christelijke wereld en voor de samenleving als geheel.
Voor kerk en samenleving
Onze theologen komen dan ook niet alleen in de kerken terecht, maar tevens in de journalistiek, als geestelijk verzorger bij de marechaussee op Schiphol en in verpleeghuizen, in het bedrijfsleven met zijn ethische vragen, in de hulporganisaties voor de majority world en in het leger. De ministeries weten ons te vinden als het gaat om ethische en levensbeschouwelijke vragen. De universiteit beseft terdege: theologie is broodnodig, voor de kerk èn voor de samenleving.
Dat wij theologie bedrijven in de bredere maatschappelijke context trekt niet alleen Nederlandse studenten aan, maar ook meer en meer buitenlandse. De neocalvinistische traditie zelf is vooral internationaal van karakter geworden en trekt met name in niet-westerse contexten aandacht. Een groeiend aantal niet-westerse christenen hoopt op toerusting door westerse neocalvinistische theologen, waarbij in de meeste gevallen juist publieke vraagstukken in de eigen context hun speciale interesse hebben. Daar leren wij van. Het noopt tot een meer op interculturele en interreligieuze dialoog of debat gerichte ontwikkeling van de neocalvinistische traditie in het algemeen en van haar publieke theologie in het bijzonder.
Deze ontwikkeling is de laatste decennia gaande en de universiteit speelde daar steeds op in. Momenteel is de universiteit internationaal in gesprek met opleidingen over de vraag hoe onze master en PhD-programma’s beter kunnen aansluiten bij behoeften en opleidingsniveaus elders. Om deze reden werken we aan het Engelstalig maken van ons masteronderwijs.
Leerstoel publieke theologie
Vanwege diezelfde bredere maatschappelijke en internationale context heeft de universiteit conform het instellingsplan 2025-2030 een leerstoel publieke theologie ingesteld, die zich zal richten op publieke thema’s en het publieke gesprek zoekt om een publiek relevante bijdrage te leveren. Per 1 januari is op die leerstoel benoemd de Amerikaanse publieke theoloog dr. Matthew Kaemingk. Hij staat in de neocalvinistische traditie en kan bijdragen aan de versterking van ons internationale profiel. Zowel inhoudelijk als door het werven van studenten en sponsoring. Afgelopen november was hij reeds in Utrecht met een tiental buitenlandse studenten die aan onze instelling een MA of PhD programma willen volgen.
Die publieke kant van de theologie kan alleen goed behartigd worden als het aanleren van het theologische ambacht zelf aan onze universiteit goed geborgd is. Om die reden was de universiteit aan het begin van dit academisch jaar verheugd de alumnus Koert van Bekkum als hoogleraar Oude Testament te kunnen verwelkomen. Hij vervangt hoogleraar Gert Kwakkel die emeritaatsgerechtigd wordt en in de nazomer van 2026 zijn afscheidsoratie hoopt te houden. Marinus de Jong werd in oktober met vreugde bevorderd tot universitair hoofddocent voor de systematische theologie.
Onderwijs
Op het gebied van het onderwijs werkten we aan de herziening van ons MA-programma. De al eerder genoemde aandacht voor de internationale belangstelling voor ons onderwijs leidde dit jaar tot een overleg over de aansluiting van onze master aan de internationale markt, waarbij ook de kennis en ervaring op dit punt van de voormalige master Christian Studies van de Vrije Universiteit wordt meegenomen.
Daarnaast is er de wens onderwijs nauwer aan onderzoek te koppelen in plaats van een encyclopedisch overzicht van de theologie te bieden en is er behoefte aan vermindering van het aantal modules en van kosten. Een werkgroep onder leiding van de directeur onderzoek Leon van den Broeke is ingesteld om de MA opleidingen door te lichten. Naar aanleiding van de rapportage van deze werkgroep wordt in de komende periode in het bijzonder de herziening van de curricula ter hand genomen. In lijn met de adviezen van de werkgroep Erkennen en waarderen, de examencommissie, en met de herziening van het toetsbeleid.
Studenten
Er is dus groei en bloei in Utrecht. Dat spreekt ook uit de aantallen studenten die ingeschreven werden aan onze instelling. Voor het derde jaar op rij konden we in de nazomer meer dan twintig eerstejaarsstudenten inschrijven. Daarnaast volgt een tiental studenten een opleiding richting het predikantschap, terwijl voor de algemene master en de premaster bijna veertig studenten voor het eerst werden ingeschreven. Vermeldenswaard is het relatief grote aantal van meer dan veertig bijvakkers en contractanten. In totaal staan rond de tweehonderd studenten ingeschreven, de tientallen promovendi niet meegerekend.
Qua kerkelijke herkomst is de verhouding elk jaar ongeveer: een derde NGK, een derde PKN, een derde ‘vrije kerken’. Daarnaast hebben we ook dit jaar weer een mooie groep buitenlandse studenten in de Master Intercultural Reformed Theology, deels gehuisvest in ons pand in Utrecht. De collegezalen zitten vol en het bruist ook van activiteit. Naast de goedbezochte chapel-bijeenkomsten op donderdag hebben studenten ook tweemaal per week een kort meditatie- en gebedsmoment geïntroduceerd.
Studievereniging
En dit jaar is de theologische studievereniging Luctare Praevaleque opgericht, kortweg LPQ, met als doel “het ondersteunen van theologiestudenten in hun persoonlijke en academische vorming tot theologen die wereld en Schrift met elkaar weten te verbinden.” Na een officiële openingsbijeenkomst in september heeft de vereniging al diverse activiteiten ontplooid. Onder meer in samenwerking het theologische verenigingen van de PThU en de Vrije Universiteit.
Onderzoek
Als het om onderzoek gaat krijgt het gezamenlijke onderzoeksprogramma Vulnerability and Hope voor de onderzoeksperiode 2024-2029 steeds meer vorm. De opdracht om tot een gezamenlijk onderzoeksthema te komen vergt meer onderlinge samenwerking en meer focus dan voorheen en dat brengt nieuwe energie met zich mee. Ook de theologen van BEST – de onderzoeksgroep bijbelwetenschappers en systematische theologen van Apeldoorn en Kampen gezamenlijk – maken onderdeel uit van dit programma.
De noodzaak fondsen te werven voor onderzoek staat de universiteit helder voor de geest. Het aantal aanvragen voor onderzoeksgelden uit de tweede geldstroom – met name bij NWO – is fors toegenomen en ook het aantal kandidaten voor de NWO-aanvraag via de route van NLU. Voor het jaar 2025 tellen we drie promoties; in dit academisch jaar hopen we op een verdubbeling van dat getal. In april promoveerde Hillie van de Streek op een proefschrift over opvattingen over vrouwen in de ideologie en de parlementaire standpuntbepaling van de ARP, CHU, RKSP en KVP 1879-1967. Afgelopen maand promoveerde Berber Vreugdenhil-Tolsma op een dissertatie over vormende ervaringen van (oud-)leerlingen in het christelijk voortgezet onderwijs. En deze week verdedigt de Duitse theoloog Christian Hilbrands zijn proefschrift over de zes profetieën over de Filistijnen in de profetische boeken van de Hebreeuwse Bijbel.
Onderzoeksinstituten
De drie onderzoeksinstituten aan onze universiteit deden het goed. CCMW kan bogen op aandacht uit het buitenland voor zijn project Kerk 2030, terwijl bij BEST twee academische bundels in druk zijn. Bij NRI was de internationale neocalvinisme-conferentie in Sao Paulo een hoogtepunt, dat nieuwe contacten genereerde, evenals de jaarlijkse Kuyper-conferentie, die dit jaar voor het eerst buiten de Verenigde Staten, in Jakarta, plaatsvond en wetenschappers uit andere werelddelen en culturen dan gebruikelijk aantrok.
In dit verband verdient ook de participatie van de universiteit in INCHE aandacht, een internationaal samenwerkingsverband van christelijke hoger onderwijsinstellingen, dat dit jaar zijn 25-jarig bestaan in Nederland vierde. Daarnaast zijn er institutionele contacten met de Faculté Jean Calvin in Aix en Provence en Franstalige opleidingen in Afrika die nader willen samenwerken. Met name op het gebied van neocalvinistische theologie. In deze samenwerking is ook onze partner De Verre Naasten betrokken, die steun verleent aan het verblijf in Nederland van buitenlandse studenten en hen met kerken verbindt.
Valorisatie
Naast onderwijs en onderzoek vormt valorisatie een belangrijk onderdeel van het werk van de universiteit. Waar en hoe venten we onze kennis uit? De universiteit heeft om te beginnen enkele podcasts, waarbij ‘Theologie aan de gracht’ bedoeld is om ons theologische werk over het voetlicht te brengen. Met de PThU hebben we de podcast ‘Heilige Grond’ die bedoeld is voor een kerkelijk geïnteresseerd publiek. ‘De ongelofelijke podcast’ van de EO, waar we samen met de Vrije Universiteit in samenwerken, slaagt er bijzonder goed om een breed publiek bij maatschappelijke vraagstukken vanuit christelijk perspectief te betrekken. Daarna werken docenten mee aan de EO-podcast ‘Dit is de dag’.
Er is een breed cursusaanbod voor predikanten, kerkelijk werkers en gemeenteleden. Bijzonder waren het afgelopen jaar de bijeenkomsten die we over kunst en theologie organiseerden met Via Jacobi rondom de Amerikaans-Japanse kunstenaar Makoto Fujimura en een studiedag samen met de PThU rondom de Engelse theoloog Samuel Wells, vicar van St. Martin-in-the-Fields in Londen. (Er zijn plannen om Wells nader aan onze universiteit te verbinden.)
Nederlandse Gereformeerde Kerken
De valorisatie van ons onderzoek is bestemd voor de gehele samenleving, maar onze meest definieerbare doelgroep zijn de leden van de Nederlandse Gereformeerde Kerken in hun kerkelijke en maatschappelijke betrekkingen. Die kerken zijn ons lief, niet alleen omdat ze ons financieel steunen. Wij geloven dat onze theologie zonder die kerken en alles wat daarin leeft en beweegt, academisch zou worden, in de zin van: steriel. De kerken zijn onze levensader en wij dienen ze graag met wat theologisch relevant voor hen is. De universiteit bezoekt regiovergaderingen van de kerken, krijgt daar een positief verhaal en stimulansen om de kerkelijke band stevig te houden. De eerste voorbereidingen zijn getroffen om de synode die volgend jaar geopend zal worden te dienen met een beleidsrapportage. We zien uit naar het gesprek met de kerkelijke bestuurders over de bijdrage aan het gehalte van deze kerken en aan hun toekomst.
Personeel
Ook dit jaar mocht ons personeel onder Gods gunst zijn werk doen. De samenwerking met de Raad van Toezicht, de Raad van Advies en de Universiteitsraad verloopt in een sfeer van harmonie. We stimuleren elkaar het goede voor onze mooie universiteit te zoeken. Dat levert plezier op in het werk. Lemuel Zekveld werd benoemd als facilitair coördinator. Op het bestuursbureau werd Marianne Brons als medewerker aangesteld. Schaduwen waren er echter ook. Ziektes, verliezen en tegenslagen, maar het werk van de universiteit kon in dit alles goed voortgang vinden.
Aanstellingsomvang
Een belangrijke vraag voor de kleine instellingen die de levensbeschouwelijke universiteiten zijn, is de vraag of we de financiële middelen efficiënt besteden. Zeker in het geval van vacatures die zich in de komende jaren wegens emeritering en pensionering gaan voordoen is de vraag aan de orde of en hoe we de bestaande aanstellingsomvang en -taken voortzetten. Daarbij is de noodzaak van diversiteit onder het personeel een belangrijk aandachtspunt.
We zijn dankbaar voor het personeel dat we hebben en de inzet die zij plegen om onze universiteit draaiende te houden en een positieve uitstraling bezorgen. En we bouwen graag voort op het vorigen aan onze instelling tot stand hebben gebracht. Daarom staan we ook stil bij diegenen uit onze gemeenschap die ons het afgelopen jaar ontvallen zijn. Ik lees nu eerst hun namen en functie voor, om hen daarna in stilte te herdenken. Ik verzoek u hiervoor te gaan staan:
- Op 17 februari overleed in de leeftijd van 91 jaar Aryjan Hendriks, universitair docent poimeniek van 1981 tot 1994;
- Op 13 augustus overleed op 77-jarige leeftijd Kars Veling, van 1972 tot 1995 docent, lector en hoogleraar Wijsbegeerte; en
- Op 25 september overleed op 47-jarige leeftijd Daniël Timmerman. Van 2015 tot 2022 docent Kerkgeschiedenis, mede aan de predikantsopleiding van de Nederlands Gereformeerde Kerken.
Gaat u zitten.
Slot
Aan het begin van deze fata academica hadden we het over de moderne ervaring van de geschiedenis als een rusteloos proces. In de neocalvinistische traditie is dat historische aspect van de werkelijkheid volop gehonoreerd. Het rusteloze van de geschiedenis staat niet tegenover de belijdenis van God die gisteren heden en in de toekomst dezelfde is. We zien in de rusteloosheid van de geschiedenis niet een ontaarding van de moderniteit, maar een trek van onze God en van onszelf. De wereld en de wirwar aan gebeurtenissen staan in dienst van een algehele renovatie. Vanaf zijn hemelvaart is Christus onophoudelijk bezig zijn schepping naar haar einde te dringen en dat verklaart de onrust, de rijping en de verdorring in onze geschiedenis. Wij maken deel uit van dat proces.
Onze voormalige hoogleraar ambtelijke vakken Cornelis Veenhof schreef dat mensen door God worden ‘ingeschakeld in dat groote geheel van werkingen en daden, waardoor Hij met zijn kerk opworstelt naar den jongsten dag.’ Wij verzinken niet in neerslachtigheid als vanuit Amerika het eind van onze beschaving wordt aangezegd. Die van Amerika zal ook wel een keer ondergaan. Wij koersen op het Woord van God, dat in bloei en verval nabij is.
Ik heb gezegd.