Interview

Dansen op toekomstmuziek: Ronald Westerbeek over God, schepping en hoop

Hoe vertel je het christelijke verhaal zo dat het mensen van vandaag raakt? In zijn promotieonderzoek zoekt Ronald Westerbeek naar nieuwe woorden voor een eeuwenoud geloof. Vanuit zijn liefde voor de schepping en geïnspireerd door de oosterse christelijke traditie verkent hij hoe God, mens en natuur met elkaar verbonden zijn. Het resultaat is een proefschrift dat uitnodigt om de wereld te zien als deel van een heilige dans, gedragen door Gods Geest en gericht op Gods toekomst.

Vanwaar de titel Dansen op toekomstmuziek?

In mijn onderzoek verken ik hoe we het christelijke heilsverhaal op zo’n manier kunnen vertellen dat het resoneert in de 21e eeuw, in een postseculiere cultuur waarin veel mensen op zoek zijn naar diepere verbinding – met zichzelf, met anderen, met de natuur en met het heilige. Ik doe dat aan de hand van een begrip uit de oosterse traditie: perichorese. Dichters en mystici hebben dat vaak vertaald als de ‘liefdesdans van God’.

Vanaf het begin, zegt de oosterse traditie, was het Gods bedoeling dat de schepping zou ‘meedansen’, in een dans van alle schepselen, een dans met God. Dansen doe je op muziek. In zowel de oosterse als de westerse traditie is de werkzaamheid van de Geest in de schepping omschreven als muziek – denk aan begrippen als de musica universalis en de harmonia mundi. Het is muziek die als het ware klinkt vanuit Gods toekomst voor de schepping, wanneer de schepping volkomen deel zal hebben aan die dans van God.

Is er een persoonlijke ervaring of gebeurtenis die je interesse in ecologie en spiritualiteit hebben gewekt?

Ik ben opgegroeid op een boerderij, tussen de weilanden en de bossen. Soms hielp ik met het melken van de koeien, buiten op het land. Als de nevel dan ‘s ochtend laag over de velden lag, in het eerste zonlicht – dat was magisch. Mijn ouders brachten ons een diep respect bij voor alles wat leeft – voor dieren, maar ook voor de bomen, de planten, de hele aarde. Door hun voorbeeld voelde ik als kind: de koeien, de reeën, de vossen, maar ook slakken en mollen, de meidoorns en eikenbomen zijn onze medeschepselen, we hebben allemaal dezelfde God en we leven allemaal vanuit Gods liefde.

Wat hoop je dat lezers meenemen uit je boek / proefschrift?

Dat God innig betrokken is op zijn schepping. Vroeger leerde ik op school dat we Gods vingerafdrukken kunnen zien in de schepping, maar het is veel inniger dan dat. Alles wat leeft, leeft op de adem van God. De aarde zindert van heiligheid, omdat Gods Geest erin is. Dus zouden we de schepping met heilig respect moeten behandelen.

Wat was de grootste uitdaging tijdens het schrijven van dit proefschrift?

Ik schreef mijn proefschrift in ons vakantiehuis in de bossen van de Loenermark, op het ritme van Keltische getijdengebeden en de bossen. Het was een monastiek bestaan, in het gezelschap van bonte spechten, eekhoorns, dassen en herten. Dat was verrijkend. Maar het schrijven van een proefschrift is een tamelijk eenzaam avontuur en het samenwerken met anderen heb ik heel erg gemist. Vooral ook dit: ik word heel blij van diepgravend studeren, maar het gáát om de praktijk, om het geleefde leven met anderen. Dit was een monomane tijd van studeren. Ik snak ernaar om het te léven met anderen.

Op vrijdag 2 oktober verdedigt Ronald Westerbeek zijn proefschrift. Kijk hier voor meer informatie en om u aan te melden.

Goedendag, waar ben je naar op zoek?